Een spaarrekening voor het eerste huis van je kind

Een eerste koopwoning vraagt tegenwoordig om meer dan een hypotheek alleen. Starters moeten vaak tienduizenden euro’s aan eigen geld meenemen om de aankoop rond te krijgen. Wie daar op tijd voor begint te sparen, geeft een kind of kleinkind straks een waardevolle voorsprong.

Taxatiewaarde

Wie een woning koopt, kan bij de bank niet meer lenen dan de waarde die een taxateur aan de woning geeft. Alle bedragen die daar daarbovenop komen, betaal je uit eigen zak: de notaris, de taxatie, de advieskosten en vaak de overdrachtsbelasting, de belasting die je betaalt als de woning op jouw naam komt. Koop je voor je vijfendertigste je eerste woning, dan hoef je die belasting onder voorwaarden niet te betalen. Anders betaal je in 2026 2 procent van de koopsom aan overdrachtsbelasting.

Verkoop je een woning en koop je een andere, dan is dat meestal geen probleem: de opbrengst van je oude huis vult het gat. Starters hebben die opbrengst niet. Zij moeten het bedrag al gespaard hebben of het van familie krijgen voordat ze een bod kunnen uitbrengen.

Hoe groot dat bedrag is, blijkt uit cijfers van HDN, dat vrijwel alle hypotheekaanvragen in Nederland registreert. Alleenstaande starters brachten in het tweede kwartaal van 2026 gemiddeld 63.663 euro eigen geld mee. Dat is bijna 12 procent meer dan een jaar eerder, ongeveer 18 procent van de woningwaarde.

Beginnen als het kind nog klein is

Heb je jonge kinderen of kleinkinderen, dan heb je tijd. Een aparte spaarrekening die je opent als het kind nog klein is en die ouders en grootouders af en toe aanvullen, groeit in vijftien of twintig jaar uit tot een bedrag dat er bij de aankoop echt toe doet. Wie ouder is, herkent het idee van de Zilvervloot waarop vroeger veel kinderen spaarden.

Fiscaal kan zo’n storting meestal zonder gedoe. Ouders mogen hun kind in 2026 samen 6.908 euro per jaar geven zonder dat daar schenkbelasting over betaald wordt. Voor grootouders is dat 2.769 euro per kleinkind per jaar. Blijft de schenking onder de genoemde grenzen, dan hoeft er ook geen aangifte gedaan te worden.

Er zit wel een vraag onder waarover je moet nadenken. Zet je het geld op naam van het kind, dan is het ook echt van het kind: vanaf achttien jaar bepaalt het zelf wat ermee gebeurt, en dat hoeft geen woning te zijn. Spaar je op je eigen naam en geef je het pas als het huis er komt, dan houd je zeggenschap, maar telt het bedrag ondertussen mee bij je eigen vermogen en de belasting daarover.

Wat beter uitpakt, hangt af van je vermogen, de leeftijd van het kind en wat je wilt bereiken. Wij leggen de twee routes graag naast elkaar en rekenen door wat een vast bedrag per maand over vijftien jaar oplevert. Bel of mail ons gerust om de mogelijkheden te bespreken.

Een advies op maat?

Laat je gegevens achter.

Contactformulier